Het was een gedenkwaardige week voor de Groninger sportwereld, week 31 van het jaar 2012. Met grote dank aan vrije slagzwemster
Ranomi Kromowidjojo die twee keer Olympisch goud won. Eerst op 100 en vervolgens op de 50 meter borstcrawl. De Sauwerdse schreef een daarmee een
Gouden Hoofdstuk in de Groninger sporthistorie, want nooit eerder was een Groninger sportman/vrouw er in geslaagd
individueel goud te winnen op de Olympische
Zomerspelen. We hebben er
116 jaar (!!!) op moeten wachten. De moderne Spelen dateren namelijk 1896 (Athene).
Groninger sporters die ook met Olympisch goud zijn omhangen, realiseerden dat in teamverband. Die eer komt de hockeyers
Peter Wind (Daring Veendam) en
Sophie Polkamp (GHHC Groningen) toe.
Eremetaal was er ook de voetballers
Evert en
Jaap Bulder van Be Quick 1887 (brons in Antwerpen 1920), de Winschoter ruiter
Jan de Bruine (zilver in de landenwedstrijd van Berlijn 1936), zwemster
Koosje van Voorn (zilver in de 4x100 kmeter vrije slag estafette in Heslinki 1952), de zwemsters
Kleny Bimolt en
Corrie Winkel (4x100 meter wisselslag in Tokyo 1964), de roeizusters van De Hunze
Greet en
Nicolette Hellemans (dubbeltwee in Los Angeles 1984) en Gyas-roeier
Jan Willem Gabriels (zilver in Holland Acht 2008 Peking). Veendammer
Henk Grol is de enige mannelijke Groninger die individueel in de prijzen viel: de judoka pakte in zowel Peking als Londen brons. De laatste Groninger zilverwinnaar is
Jur Vrieling, net als De Bruine met de ruiterploeg.
De meeste medailles veroverde echter de bij De Hunze opgeleide roeister
Annemiek de Haan. Op haar Olympische palmares staan 3 medailles, allen behaald in de Holland Acht. Ze oogstte brons in Athene (2004), zilver in Peking (2008) en opnieuw brons in Londen 2012.
Groningen staat dus nu op de gouden Olympische kaart.
Drenthe nog niet, maar dat kan snel veranderen. Want de Drenten gooien in Londen hoge ogen met dressuuramazone
Adelinde Cornelissen uit Beilen. Drenthe kan tot dusver bogen op slechts een gouden plak, die op naam staat van de Rodenaar
Niels van Steenis. Hij roeide in de
Holland Acht van Atlanta (1996), Vier jaar eerder strandde wielrenner
Erik Dekker in Barcelona op zilver en nog eerder, in Moskou 1980, bleef marathonloper
Gerard Nijboer bij hetzelfde eremetaal steken. In Londen is er Drents zilver bijgekomen, met de dank de geboren Hoogeveense ruiter
Marc Houtzager.
Er is trouwens ook nog een Groningse die een medaille (zilver in Athene 2004) won voor een ander land. Die eer komt op naam van
Claudia Bokel, de Ter Apelse die als Duitse uitgroeide tot een internationale schermtopper. Inmiddels Claudia, namens de atleten, opgenomen in het IOC. Een wereldbaan, zowel letterlijk als fuiguurlijk.'
Drenthe gaf afgelopen week overigens wel acte de présence in
Londen, ter accentuering van Drenthe 2028, het sportplan dat Drenthe naar een hoger Olympisch niveau te tillen. De delegantie stond onder aanvoering van sportgedeputeerde
Ard van der Tuuk. In zijn gezelschap reisden onder meer mee de entrepeneurs
Jan Schutrups (de schoenenkoning van Exloo), en ICT-topman
Richard Giezen van Blencom IT-Solutions in Assen. De sport was vertegenwoordigd door o.a.
Hans Derks, voorman van Drenthe 2028, en
Reint-Jan Auwema, een van de mannen achter de Norger Olympics.
Emmen staat weer vol in de schijnwerpers met de
Gouden Pijl, die morgen onder aanvoering van
Roelie Lubbers-Hilbrands haar 35ste editie beleeft. Uiteraard wordt dit zevende lustrum - geheel in de geest van de helaas veel te vroeg betreurde initiator
Peter van Putten - gevierd met speciale attracties, in dit geval de kersverse Olympische kampioen
Marianne Vos en
Alexander Vinokourov.
Geen
Gouden Pijl in Emmen of er gaat een hoogwaardige
VIP-bijeenkomst aan vooraf. Dit keer is de hoofdrol voor een kwartet Drentse wielerdichters, die luisteren naar de namen
Ton Peters,
Ben Hoogland,
Gezienus Omvlee en
Rob Boudestein. Zij publiceerden dit jaar een bijzonder bundel wielergedichten, onder de titel
De dood en het peloton. Een selectie daarvan, gewijd aan dramatisch overleden wielrenners, gaan zij voordragen. Speciale gast is
Joan Simpson,
de dochter van
Tom Simpson, de eerste Engelse wereldkampioen
wielrennen bij de profs. Maar vooral ook de man die een heldendood stierf
tijdens de
Tour de France van 1967, op de bloedhete flanken
van de
Mont Ventoux. Het gedicht over hem heeft een akelig passende titel gekregen:
Laatste klim.