woensdag 24 januari 2024




John's ongeremde liefde voor de FC

 

John Schurer is overleden. Op 71-jarige leeftijd geveld door de alom gevreesde ziekte. In de Groninger sportwereld maakte John naam als voorzitter van de supportersvereniging van FC Groningen. Voor de site van Sport in Stad schreef hij in 2015 prachtige column over zijn ongeremde liefde voor de Trots van het Noorden. 

Later, in 2021, gaf John zich bloot in een eigenhandig geschreven biografie, getiteld Rij 3. Dit boek onthult een al met al bruisend levenspad. Het is nog te bestellen bij uitgeverij BoekenGilde. 

Maar eerst zijn column die naar meer smaakt. Naar Rij3 bijvoorbeeld.

T GRONINGEN GEVOEL VAN...

… John Schurer

Ik stond te janken. Aan mijn rechterkant stond mijn oom, die al dertig jaar naast mij zit,  ook te janken. Aan de linkerkant stond een hele oude vriend te janken. Twee stoelen verderop stonden mijn jonge oomzeggers die met een hoog rode kleur helemaal uit hun bol gingen. De bekerfinale in Rotterdam, alles viel op zijn plaats.

Mijn naam is John Schurer. Geboren (62 jaar geleden) en getogen Stad-Groninger. De mooiste stad van Nederland. Des te ouder je wordt, voel je dat steeds meer. Groningen binnen de diepenring verandert nauwelijks. De stad geeft de warmte van thuis zijn. Het geeft de vertrouwelijkheid, de veiligheid, de vastigheid wat ieder mens wil. Het is een groot dorp zonder kapsones. Ik groeide op aan de Frieschestraatweg en op mijn zestiende jaar verhuisde ik naar Vinkhuizen.

Het voetbal zou als een rode draad door mijn leven gaan. Op mijn zevende jaar nam mijn vader mij mee voor eerst naar het Oosterpark. Het zou voor mij een start worden van een lange verbintenis met de mooiste club van Nederland. Het Oosterparkstadion werd mijn tweede huis. Aan de vijverkant stond ik op mijn tenen om over de balustrade te kijken. Negentig minuten lang was ik gefascineerd hoe alles aan mij voorbij trok. Vlak achter Otto Roffel en Neuze Buist. De eerste helden waar ik huizenhoog tegen op keek. Het volgepakte stadion met alleen de houten tribunes.

Het was armoede troef thuis. Er was nauwelijks geld voor kleding of schoeisel. Mijn fiets was afgekeurd op mijn school tijdens een verkeersexamen. Maar datzelfde gold ook voor mijn vriendjes. Op diezelfde fiets vonden wij onze weg naar het Oosterpark. Flink op tijd, uren voor dat de wedstrijd begon, nestelden wij ons voor de hekken. Steeds voelend in onze zakken of de jongenskaart er nog in zat. Geld bij elkaar gelegd, geschraapt zeg maar. Wij hielpen elkaar zodat iedereen mee kon. Voor en naast elkaar staan altijd en overal.

Ik verhuisde later naar de Zaagmuldersweg achter het doel. Mijn oom woonde aan de Gorechtkade. Als je achter zijn huis de brandgang door liep kwam je precies uit voor de ingang van het Oosterpark. Twee uur voordat de wedstrijd begon kwamen wij bij elkaar. Mijn neven, ooms en vrienden. De huiskamer vol, oude verhalen ophalen, de belevenissen delen vanuit het verleden en de hoop van een overwinning. Ik stond in het stadion achter Tonny van Leeuwen. Mijn held voor altijd. Voor mij steekt daar niemand boven uit. Dit is gewoon persoonlijk. Wat dat is weet ik niet. Het is een gevoel. Een gevoel van veiligheid en passie. De zekerheid die een wedstrijd had. Een keeper die naadloos paste in mijn stad. Een man naar mijn hart. Een lijnkeeper die de onmogelijkste ballen eruit hield. Katachtig, stijlvol en vol passie beleefden hij en ik die wedstrijd. Maar ook zijn dood die keihard bij mij binnenkwam.

Op mijn zeventiende jaar werkte ik bij de Middenstandsbank aan het Hereplein. Ik was geldloper. Wat tegenwoordig vervoert wordt met Brinks Beveiliging had in ik mijn fietstas zitten van een Mobylette brommer. Een jonge Hugo Hovenkamp werkte achter de balie. Een begenadigd talent dat bij FC Groningen voetbalde. Hij was een beetje het gezicht van de bank. Op een gegeven moment moesten wij tweeën geld brengen naar de Nederlandsche Bank. Lopend, ieder twee zware grote koffers met geld meezeulend. Zo schattend een paar ton. Vanaf de Middenstandsbank keken ze ons na en de Nederlandsche Bank aan de overkant van het plein zou ons opvangen. Halverwege, midden op het plein zette Hugo zijn twee tassen neer. “John ik ga even snel bij de kiosk kijken of ik in de krant sta, moment even”, waarna hij vervolgens als een gek rende naar de kiosk op de hoek bij de bioscoop. Aan beide kanten stonden mensen te schreeuwen dat wij moesten door lopen maar vier tassen met geld was voor mij onmogelijk om te dragen. Na anderhalf minuut was Hugo weer bij mij. Pakte rustig zijn tassen weer op en zei doodleuk “nee sta nergens in”. Wij leverden de tassen in, kregen een scheldkanonnade over ons heen en liepen weer terug naar onze eigen bank. Hugo Hovenkamp, een grote vriend van Piet Fransen. Ik ben hem altijd blijven volgen.

Het was 1980. Wij gingen met de hele familie en talloze vrienden naar Schiedam. Wij pakten de trein. Een volle trein met supporters. De spanning was te voelen. Het kampioenschap van de eerste divisie zou die dag binnengehaald worden. Een van onze vrienden had een bijnaam. Pukkie. Pukkie stotterde. Daar kon hij ook niets aan doen maar dat bracht soms taferelen met zich mee. Onderweg op een tussenstation stond onze trein geparkeerd. Een andere trein kwam naast ons staan waarbij de restauratie precies voor ons raam kwam te staan. “Puk bestel even wat biertjes en een paar broodjes het kan nu net even”. Pukkie draaide het raam naar beneden klopte op het andere raam van de restauratie van de andere trein en gaf stotterend de bestelling door. “ Dat is zeventien gulden en vijf en veertig cent”. Pukkie gaf direct het geld door het raampje naar de andere trein waarna onze trein zich in beweging zette. ‘heyyyyyy mie mie mie mie mien broodjes en bie bie bier” schreeuwde Puk. Wij lagen in een deuk en vroegen doodleuk hou wort Puk. “die lu lu lul heeft mie mie mien geld nog”. Pukkie een geweldige supporter die eens wakker gemaakt moest worden met een opblaaspop in zijn armen. Aangekomen in Schiedam in optocht naar dat kleine stadion van FC Vlaardingen. En wat een wedstrijd. Vol overtuiging werd er een 1-4 overwinning behaald. Een geweldig feest volgde. Zowel in de trein als later bij het Nieuwe Stadhuis. Compleet stijf van het bier zocht ik 's nachts mijn bed op. Verdomme wat een mooie club en gave supporters.

Het was 1983. Mijn familie en vrienden tuigden zich weer op voor een nieuw avontuur. Europees voetbal. Ik was ondertussen getrouwd en had twee kleine kinderen. Ook stond ik nog onderaan de maatschappelijke ladder. Klein loontje maar leuk werk. Maar wij wilden mee naar Atletico Madrid. Met het vliegtuig. Door mijn verdienste kon ik dat gewoon niet betalen. Mijn vrouw gunde het mij van harte maar de poen was er gewoon niet. Soms denken mensen dat alles maar normaal is maar supporters moeten vaak alles bij elkaar schrapen om bij hun club te zijn. En dat geldt heden ten dage nog steeds. Ik heb voor het eerst geld geleend. En ik was niet de enige. Met een schuld maar niet schuldbewust vertrokken wij per vliegtuig naar Madrid. Een vliegtuig vol met Groningers. En dat was te horen. Wat een geweldige sfeer. Geen gezeik maar er vol voor gaan. Aangekomen bij het stadion werden wij begeleid door de politie met een Uzi om de nek. In het stadion kwam Harry Vermeegen bij ons op de tribune. Destijds had Harry een veel bekeken programma. Toen FC Groningen de 0-1 scoorde konden wij onze ogen niet geloven. Atletico Madrid was op dat moment een topteam in Europa en in Spanje. Het gevoel van passie kwam helemaal boven. Wij knepen elkaar in de armen. Het zou toch niet... In Groningen werd het afgemaakt. Uren voor de wedstrijd stonden wij aan de Zaagmuldersweg te wachten bij het hek. Achter het doel Zaagmuldersweg gebeurden dingen waar je nu nog kippenvel van krijgt. Het Oosterpark stond op zijn grondvesten te trillen. Wij waren door. We gingen een ronde verder. Ongeloof en trots overmeesterden mij. Wij keken elkaar aan of wij in een andere wereld leefden. Het was één van de mooiste hoogtepunten bij de club.

Het voorgaande wat ik beschreef, loopt op dit moment nog steeds. Elke dag, elke week en nog elk jaar. De liefde voor mijn club, Stad en provincie is onvoorwaardelijk. De beleving, de werkelijke intentie bij overwinningen en nederlagen gezamenlijk doormaken met familie, vrienden en heel veel andere supporters is niet in geld uit te drukken. Het is onbetaalbaar. De afgelopen zes jaar was ik voorzitter van de Supportersvereniging FC Groningen. Ik heb nogmaals drie jaar bijgetekend. Alles wat ik van de club gekregen heb vanaf mijn zevende jaar wil ik terugbetalen op deze manier. Ik steek daar mijn hele hebben en houden in wars van betalingen hiervoor. Tot de cirkel rond is en ik het stokje doorgeef aan mijn opvolger die deze zelfde passie moet hebben. Je moet er niet aan beginnen voor een carrière. Je kunt dat alleen maar doen als je echt intens van je club houdt en deze nooit en te nimmer laat vallen wat er ook speelt. Een twijfel hierin is al een doodsteek voor de liefde van je club. De geschiedenis van de club moet altijd overgaan van ouders op de kinderen.

Het is de eerste les voor een mooie binding met je Stad en Provincie. Forza Grunn.

Ik stond te janken. Aan mijn rechterkant stond mijn oom die al 30 jaar naast mijn zit ook te janken. Aan de linkerkant stond een hele oude vriend te janken. Twee stoelen verderop mijn jonge oomzeggers die met een hoog rode kleur helemaal uit hun bol gingen. De bekerfinale in Rotterdam alles viel op zijn plaats.


maandag 1 januari 2024

Donar gereanimeerd, maar

toestand nog altijd zorgelijk


Patiënt geopereerd en gereanimeerd, maar behoeft nog wel voor onbepaalde tijd intensieve zorg.

Deze tekst, althans in woorden van die strekking, zal op het label staan dat aan de rapportage van de eerste financiële cijfers van de BV Donar wordt geniet. De licentiecommissie van de BNXT League moet het tussenrapport uiterlijk 5 januari ter inzage en controle worden aangeboden. Het is één van de eisen van de nasleep van het faillissement dat Donar afgelopen zomer aan de rand van de afgrond bracht.

General-manager ad interim Jakob Klompien meldt dat er met name aan de inkomstenkant nog veel commerciële uitdagingen liggen te wachten. Zo hebben de aandeelhouders van de kersverse besloten vennootschap te horen gekregen dat het aantal BBC-leden, de businessclub van Donar, substantieel is verminderd. Klompien: "Door het faillissement moesten alle contracten met de BBC-ers opnieuw worden afgesloten. Het mindere economische tij helpt ons daarbij niet. Voor de club zou het ook goed zijn als er weer een hoofdsponsor van tussen de twee en drie ton komt. Dan kunnen we ook weer meedoen om de landstitel."

Een teruggang moest er ook genoteerd worden qua recettes. Maar de ervaring leert dat de publieke belangstelling in het tweede deel van het seizoen toeneemt, aldus de inschatting van Klompien. Toch is hij al met al niet ontevreden over de huidige gang van zaken. "Door het faillissement is er een voldoende buffer om die ontbrekende inkomsten op te vangen en ons voor te bereiden op het komende seizoen." In dat plaatje past ook de benoeming van een general-manager. Klompien: "We gaan er vanuit dat we die nog voor het einde van het seizoen kunnen benoemen."

Aan de kostenkant van de boekhouding gaat het beter, zegt Klompien. "In zijn algemeenheid kun je zeggen dat we de uitgaven redelijk onder controle hebben, ik zie hier een plus van enkele tienduizenden euro's." 

Op de drempel van het nieuwe jaar hoopt Jakob Klompien dat Donar weer de nodige kleur op de wangen krijgt. Dat is het Grote Doel voor 2024.

Rest mij niet alleen Donar, maar al mijn Derde Helft-lezers het allerbeste te wensen richting 2025.   















woensdag 22 november 2023

 Even over Be Quick1887.

Daarover twitterde ik afgelopen zaterdag het volgende bericht: Ik denk dat Be Quick na dit seizoen niet meer bij de noordelijke topclubs in het amateurvoetbal gekwalificeerd kan worden. De Good Old kreeg in Oldenzaal een zevenklapper om de oren (7-1 voor Quick '20) en staat inmiddels stijf onderaan in de vierde divisie. 

Dat leidde tot een reactie van Arnoud Redder, een 24 karaats Be Quicker (anno 1980) en jarenlang een stevige verdediger op het vlaggenschip van de club. Hij ziet ook dat het degradatiespook Be Quick op de korrel heeft en vroeg of ik misschien enig idee had hoe het zo ver is gekomen. Dat heb ik wel en die visie heb ik hem per mail gestuurd.  

Hier mijn antwoord.

De gang van zaken bij Be Quick wat betreft topamateurvoetbal wordt beheerst door het inmiddels eeuwige trauma van het geflopte betaald voetbal-hoofdstuk in de jaren 50/60 van de vorige eeuw. Dat slaat elke discussie over Be Quicks toekomst dood. Maar zoals het nu gaat, zakt Be Quick langzaam maar zeker weg in de anonimiteit van het amateurvoetbal. Dat heeft niets te maken met de opleiding an sich. Die is best goed, zelfs ook landelijk gezien. Zie de hoge scores in de jaarlijkse  klassementen. Maar wat brengt die opleiding Be Quick eigenlijk als elk jaar de beste spelers hun heil elders zoeken? En waarom doen die dat? Omdat ze bij andere clubs blijkbaar leuke vergoedingen c.q. privileges krijgen. Veelal geld dus, hoe marginaal ook.

Kortom, Be Quick leidt op voor andere clubs. Zoals daar zijn Harkemase Boys, ACV, HHC Hardenberg en zelfs FC Groningen. Daarom betaal ik ook niet mee aan de jeugdopleiding van Be Quick, waarvoor ik onlangs werd uitgenodigd door Harry Schuur om hiervoor 50 euro te doneren. Dan zou ik echter genoemde clubs indirect ondersteunen. Daar pas ik voor.

Op de keper beschouwd is het rendement van de jeugdopleiding te verwaarlozen, want er zijn geen opleidingskosten aan verbonden voor transfers naar semiprofessioneel geleide clubs in de tweede en derde divisie. Ik vind dat Be Quick nog altijd een zekere status van topclub behoort te hebben, die matcht met het roemrijke verleden. Maar dan moet je wel met de tijd meegaan. En dat is, jawel heren Be Quickers, ook met vergoedingen gaan werken. Breng de eerste selectie in een aparte stichting onder, zoals de aloude aartsrivaal Velocitas onlangs heeft gedaan. Daar in het Stadspark worden snode plannen gesmeed. Ze zien in de neergang van Be Quick een gerede kans om weer eens de hoogst spelende stadsclub worden. Daar spreekt de ambitie uit die ik bij de Good Old mis. Topsport bedrijven gaat nu eenmaal niet meer zonder geld, ook in de hoogste regionen van het amateurvoetbal niet. Wat er bij Be Quick aan ontbreekt is een zakelijk profiel. Als je om je heen kijkt, zie je gewoon dat je in het ‘divisievoetbal’ niet meer kan meekomen zonder contracten of andersoortige emolumenten. Clubs als AFC, Koninklijke HFC, Hercules en Kampong doen dat ook. En met succes. Ik denk dat Be Quick via een goede marketeer genoeg gelden moet kunnen genereren om in de top van het amateurvoetbal (minimaal derde divisie) mee te kunnen doen. Gaan ze op de Esserberg op deze wijze door, dan wordt het eerste klasse of nog lager. Dan zit je op het vijfde niveau. En dat met zo’n monumentaal stadion.
En écht, je kunt de tijdgeest nu eenmaal niet stilzetten. Wanneer komt van dat omdenken bij Be Quick eens wat? Of laat de clubleiding het allemaal geworden en zal ook het paradepaardje van de club, de jeugdopleiding, eens verpieteren. Want zonder een passende etalage voor die pronkkamer - minimaal vierde, maar eigenlijk de derde divisie - zal de instroom van jeugdleden op de monumentale  Esserberg gaandeweg stokken. 


Arnoud Redder reageerde kort maar krachtig op dit epistel: Helemaal mee eens. Hij wil er  een agenda- annex discussiepunt van maken voor de komende algemene ledenvergadering in december. Wordt vervolgd. 

 

dinsdag 14 november 2023

Johan  Bolhuis op weg naar de prijsuitreiking van de periodetitel van ADO Den Haag. 


Even voorstellen: een goede kandidaat

voor de opvolging van Wouter Gudde



Je kon er een flink bedrag op inzetten: vooralsnog komt er geen nieuwe bestuursstructuur in de Euroborg. Pluche plakt en zit blijkbaar lekker. Vandaar dat de leiding van FC Groningen de wens van haar supporters, een democratisch organisatiemodel, slechts voor kennisgeving heeft aangenomen. Want, zo luidt de argumentatie, er is geen enkele noodzaak de boel te veranderen.

Of daarmee de strijd om de macht bij de FC nu ook gestreden is, zal afhangen van de strijdlust en volharding bij de supportersvereniging die vorige week met een stevig gefundeerd alternatief op de proppen kwam. Het zogenaamde 50 +1 model, dat ongewenste kopers buiten de deur moet houden. De club van voorzitter John de Jonge, ruim 4000 m/v sterk, kreeg echter per omgaande een (vette) nul op haar rekest. Een mondelinge toelichting zat er zelfs niet in. Het dedain richting een groot deel van de achterban (dus niet alleen de Noordtribune) spatte er vanaf.

Ondertussen wordt er - via het old boys netwerk - naarstig gewerkt aan het opvullen van de ontstane lacunes in de top van de club. Eerst twee nieuwe commissarissen en dan uitkijken naar een opvolger voor directeur Wouter Gudde.

Nogal wat mensen vragen zich af wie dat dan wel zou moeten worden? Nou, ik heb wel een potentiële kandidaat. Zijn naam lever ik bij deze - geheel vrijblijvend - in bij de (gekortwiekte) Raad van Commissarissen: Johan Bolhuis. 

Hij zal vermoedelijk niet in het netwerk van de huidige  RvC-heren zitten, hoewel ik bij de opvolging van Hans Nijland zijn naam ook heb laten vallen. Berend Rubingh, één van de twee afgetreden RvC-leden, vertrouwde mij toen toe dat Johan Bolhuis op de longlist was gezet. Dan weet je wel: geen écht serieuze kandidaat.

Waarom hem nu dan wel aanbevelen? Gewoon omdat hij volgens mij en meer mensen die hem kennen veel eigenschappen mee zal nemen die in de Euroborg van pas komen. Ten eerste is hij een geboren (14 mei 1969) en getogen Groninger, opgegroeid op twee steenworpen van het Oosterparkstadion. Daar waar zijn vader Tjerk ook nog als (semi)prof heeft gespeeld, bij Oosterparkers. En later, toen de groenwitte club noodgedwongen terugkeerde naar de amateurs, meermalen werd opgeroepen voor het Nederlands amateurelftal. 

Johan Bolhuis trad bij Oosterparkers in de voetsporen van pa Tjerk, maar koos later voor GVAV waar hij meer kansen zag qua voetbalopleiding. Het bleek achteraf ook een terechte keuze, ook junior werd betaald voetballer. Niet bij FC Groningen maar bij BV Veendam. In 1989 kon er hij er op voorspraak van assistent-trainer Henk Bodewes (inmiddels zaliger) een contract ondertekenen. Hij kwam tot 146 wedstrijden voor de (ook al gevallen)  Veenkoloniale Trots. Zijn hoogtepunt: matchwinner in een met 2-1 gewonnen thuiswedstrijd tegen BVV Den Bosch. Johan Bolhuis tekende voor de twee Veendammer goals.

Tot een echte doorbraak kwam het niet. Ergo, in 1994 kreeg hij van Henk Nienhuis te horen dat zijn tijd er bij Veendam op zat. Motivering: te licht en geen progressie. Waarna de Stadjer zijn heil zocht in België, bij Looi Sport in Tessenderloo. Weliswaar het vierde niveau bij onze zuiderburen (zeg maar tweede divisie bij ons), maar hij kon er ook een passende werkkring bij krijgen. 

In het Zuiden van Nederland, het dorp Nuenen, vestigde hij zich. Hij woont er nog altijd, maar reist al ruim acht jaar dagelijks naar Zeist. In het hoofdkwartier van de KNVB verdient hij nu de kost en wel als commercieel manager van de Coöperatie Eerste Divisie, kortweg CED genaamd. Dat blijkt hem goed af te gaan. Mede dankzij Johan Bolhuis is de waarde van wat tegenwoordig de KeukenKampioenDivisie wordt genoemd, in commercieel opzicht aanzienlijk gegroeid. 

Echter, soms komt er in de voetballerij een trein voorbij waar je graag in wil stappen. Ofwel, een functie elders. Als man gezegend met het door velen gewenste noordelijke DNA staat hij klaar om FC Groningen van dienst te kunnen zijn als directeur. Door zijn werk in Zeist is hij van alle ins en outs in ons betaalde voetbal op de hoogte. Hij weet hoe de hazen lopen en kan bij alle clubs deuren openen. Naast zijn jarenlange praktijkervaring in het betaalde voetbal heeft hij ook voor zo'n topfunctie gestudeerd. Hij heeft de door de UEFA geïnitieerde opleiding ‘Football Management’ en de KNVB opleiding ‘Leergang Management Betaald Voetbal’ met succes gevolgd. Vastgelegd met een internationaal en nationaal diploma. Dus ja, wat zou er mooier zijn als hij dat in zijn geboortestad kan verzilveren?

Met dit visitekaartje vraag ik langs deze weg de zittende commissarissen van de FC Groningen vriendelijk of ze deze Johan Bolhuis dit keer op shortlist willen plaatsen. En hem gaan uitnodigen voor een uitvoerig sollicitatiegesprek. Een (serieuze) tip derhalve.    

dinsdag 7 november 2023



Machtsstrijd in de Euroborg?


 Van wie is FC Groningen eigenlijk?

Van ons, zeggen de meest betrokken supporters van de club. Zonder hen heeft FC Groningen geen bestaansrecht, is één van hun argumenten.

Ze kregen zondagmiddag, voor aanvang van de wedstrijd tegen FC Dordrecht, een tik op hun vingers van Koen Schuiling, de burgemeester van Stad. Hij maande met name de supporters op de Noordtribune tot 'schikken' met hun gedrag jegens directie en Raad van Commissarissen. Met als dreigement: "Als dat niet gebeurt, hebben we een heel ander gesprek."

Waarna de supporters riposteerden dat FC Groningen geen club van het Stadhuis is.

Het eigendomsrecht is één van de hete hangijzers geworden nu FC Groningen ten prooi is gevallen aan een crisis, zowel sportief als bestuurlijk. Inmiddels heeft directeur Wouter Gudde zich overgegeven aan de wens c.q. eis van een groot deel van de achterban: wegwezen. Ook twee commissarissen, zijnde voorzitter Erik Mulder en Berend Rubingh, hebben de handdoek gegooid.

Vanuit de hoek van de officiële supportersvereniging, goed voor zo'n 4000 leden,  wordt gewerkt aan voorstellen voor een nieuwe bestuursstructuur, waarin volop ruimte is voor democratische waarden. Er wordt geschermd met Duitse modellen bij clubs zoals FC Sankt Pauli, Bayern München en Schalke 04. Daar worden de belangrijkste bestuurders gekozen door een 'Mitgliedersverein', samengesteld uit diverse gremia rond de club zoals supporters, seizoenkaarthouders, sponsors en oudgedienden met verdiensten.  

Bij FC Groningen wordt voor de topposities doorgaans geplukt uit de bestanden van het zogeheten old boys network. Geen seizoenkaarthouder die daar ook maar enige invloed op heeft.

Zijn we terug bij de Grote Vraag: Van wie is FC Groningen nou eigenlijk? 

Op de site van de club worden we niet veel wijzer. Op de door de websiteschrijver zelf opgestelde vraag wie de eigenaar van de club is, luidt het antwoord: de directie. Gudde dus anno nu. Zou je het hem op de man af vragen, dan is de kans groot dat hij dit ontkent. Terecht ook, want wie doorspit komt tot de ontdekking dat FC Groningen Beheer BV eigenaar is, met als enig aandeelhouder het stichtingsbestuur van de FC, momenteel geleid door de Asser burgemeester Marco Out. Hoe dan ook, het is sinds jaar en dag een bestuurlijk gesloten organisatie. Met één partij die al die tijd een stevige vinger in deze Groninger voetbalpap heeft: de gemeente.    

Gaan we terug naar de start van FC Groningen in 1971. Dat gebeurde op initiatief van de gemeenteraad, nadat GVAV te kennen had gegeven dat het de kosten van profvoetbal niet meer op kon hoesten. Oosterparkers, Velocitas en Be Quick (in die volgorde) hadden eerder al het loodje gelegd. Maar, stelden ze in het Stadhuis, een stad als Groningen behoort een betaalde club binnen haar grenzen te hebben ten faveure van de passieve recreatie. Daar kwam - na felle discussies - het nodige overheidsgeld voor op tafel. Met hulp van het bedrijfsleven en GVAV, dat haar spelerskapitaal inbracht, zag FC Groningen op 16 juni 1971 het levenslicht. 

Het bleef niet bij eenmalige bijdrage vanuit de politiek. De gemeente moest om de haverklap bijspringen om FC Groningen in de benen te houden. En toen FC Groningen eind vorige eeuw de wens te kennen in een nieuw, eigentijds stadion te willen spelen, werd er ook weer beroep gedaan op de stedelijke politici. Zij gaven groen licht voor de Euroborg in ruil voor structurele gemeentelijke invloed op de organisatie. 

Die is er tot op de dag van vandaag nog steeds. Sinds de entree in de Euroborg in 2006 staat FC Groningen min of meer stilletjes onder curatele van de gemeente. Burgemeesters en (oud) politici hebben zitting in het stichtingsbestuur en de Raad van Commissarissen.

Vanuit dat oogpunt heeft Koen Schuiling zich wellicht laten verleiden tot een uitspraak over de macht in de Euroborg. Niet geheel onlogisch ook, gezien de gemeentelijke inbreng sinds de oprichting. Indachtig die anciënniteit en het credo wie betaalt bepaalt heeft de burgervader  simpelweg een vorm van gewoonterecht opgeëist. Nergens staat evenwel zwart op wit dat de gemeente eigenaar is van FC Groningen. Aan de andere kant: zou de gemeente de stekker uit de club trekken, dan dreigt het voortbestaan van de club in gevaar te komen. Maar nuchter beschouwd is het bezit van FC Groningen in feite verpakt in een mistig vacuüm. De enige échte topman, Marco Out, laat nooit wat zich horen. 

Of de supportersvereniging dit organisatorische fundament los kan wrikken in een heuse machtsstrijd is nu de grote vraag. Echter, FC Groningen afficheert zich maar al te graag als een volksclub en daar past, hoe je het ook wendt of keert, geen gesloten bestuurscultuur bij.  

Dan is het Sankt Pauli-model, om maar een voorbeeld te noemen, uiteindelijk toch een betere stip op de horizon.  

maandag 30 oktober 2023

 In memoriam Bé Hagenauw

Spits, die zich alleen in

Roden op zijn gemak wist






Wie kent hem nog, deze blonde adonis? Dat zal misschien een enkeling zijn, want zijn ster straalde een slordige halve eeuw geleden. Bij de voetbalclub Roden was hij een gevreesd goalgetter, leek er zelfs een mooie toekomst voor hem in het verschiet als prof bij Heracles. Een scout van de Almelose club ontdekte hem aan de Norgerweg en zag in deze makkelijk scorende amateur een potentiële spits voor de zwartwitten, destijds spelend in de eerste divisie. Het aangeboden contract liet de toen 22-jarige Bé, zoon van een vooraanstaand Rôner die als 'Velleman' door het bruisende dorpsleven ging, niet aan zich voorbij gaan. Waarna hij trots poseerde voor zijn nieuwe club. Zie foto boven. Maar in het knusse stadion aan de Bornsestraat, met die klassieke, inmiddels op de monumentenlijst geplaatste houten hoofdtribune, kon Bé Hagenauw de verwachtingen niet waarmaken. De transfer draaide uit op een bittere teleurstelling, mede ingegeven door een gevoel van heimwee. Daar kwam nog bij dat zijn werk als opzichter bij de Grontmij ook moeilijk te combineren viel met betaald voetbal. Na een seizoen zonder ook maar één score, wist Bé het heel zeker. Als de wiedeweerga terug naar Roden. Want als Bé iets was, was het wel een volbloed Rôner.

Wás inderdaad, want Bé Hagenauw is niet meer. Afgelopen zondag op 70-jarige leeftijd overleden aan de gevolgen van diverse slopende kwalen. Alle fysieke misère begon in 2009 toen de aorta in zijn buik sprong. Wonder boven wonder bracht hij het er toen levend af. Na deze aneurysma werd Bé nooit meer 'de oude'. Ging het qua gezondheid meer en meer knellen. De gang naar de Norgerweg, de thuisbasis van de VV Roden, ging hem de laatste jaren steeds moeilijker af. Op X, het voormalige Twitter, liet hij geregeld nog wel van zich horen onder het account Beetje9. Totdat ik een paar weken geleden een melding van hem kreeg dat hij afscheid nam van dit moderne medium. Het ging gewoon niet meer.

Roden heeft met Bé Hagenauw een waar clubicoon aan de eeuwigheid moeten prijsgeven. Hij diende de club niet alleen als (succesvolle) speler, maar ook als bestuurslid en consul. De honneurs in het professionele voetbal werden waargenomen door zijn twee jaar jongere broer Henk, die anno 1974 liefst 45 jaar bij FC Groningen op de loonlijst stond. Eerst drie jaar als keeper, daarna als verzorger/coördinator.

 


donderdag 26 oktober 2023

In memoriam Johan de Wolf (1936-2023)



De keeper die zich voor een Vespa

 naar de aartsrivaal liet transfereren





Ruim twee weken nadat Fré Mensinga naar het hiernamaals werd verbannen, is deze week nog een speler van het team overleden dat Be Quick in 1960 aan een kampioenschap in het professionele voetbal heeft geholpen. Nu was Johan de Wolf  'aan de beurt', de keeper van dienst destijds. De alom gevreesde ziekte kreeg hem ook te pakken.  

Mede dank zij zijn soms fenomenale reacties van Johann Caspar de Wolf, zoals hij in 1936 bij de burgerlijke stand werd ingeschreven, promoveerde de Good Old naar de eerste divisie. De volbloed Stadjer was één van de aankopen van voorzitter Jan Marrink in diens ultieme poging de stadshegemonie op GVAV te heroveren. De eredivisie was zijn ambitieuze stip achter de horizon van de Esserberg, Want ja, GVAV promoveerde datzelfde jaar ook en keerde daarmee terug op het hoogste niveau.

Dat was een tegenvaller voor Marrink, die zijn plannen met argusogen zag bekeken door de oude garde van Be Quick, die de hun club liever zagen terugkeren naar het amateurvoetbal. Marrink, directeur van de Barbarossa bierbrouwerij, vond dat op conservatisme gebaseerde streven niet passen bij de status van Be Quick, dat sinds de het begin van het nationale competitievoetbal (eind 19de eeuw), de Trots van het Noorden was.

Hij koos als zakenman voor een professionelere aanpak, inclusief spelers die in zijn visie pasten. Johan de Wolf was er één van, net als Harens scherpschutter Dirk Roelfsema (dit jaar ook overleden) en de robuuste verdedigers Simon Zoetebier (KHC Kampen) en Jan Bolhuis (Oosterparkers). Arie de Vroet, gepokt en gemazeld in het Franse profvoetbal, werd teruggehaald als trainer.

De transfer van Johan de Wolf ging gepaard met veel opschudding. De stylist onder de lat gold als een rasechte Veloman, eentje van het soort 'eens Velocitaan, altijd Velocitaan'. Hij was immers de jongste telg van een prominente groenwitte dynastie. Al zijn ooms, respectievelijk Frans, Willem en Bé de Wolf, hadden Velo landelijke roem gebracht.

De overgang van Johan de Wolf van een volksclub naar een eliteclub, nota bene ook nog de grote aartsrivaal, werd dan ook gezien als een vorm van familieverraad. In de annalen van Velocitas staat te lezen dat de toen 23-jarige keeper was bezweken voor het krijgen van een Vespa-scooter als transferpremie. Velo - destijds ook nog profclub - streek overigens nog wel 20.000 gulden voor deze ongewenste verkoop.

Het was dagenlang gespreksonderwerp nummer 1 in de stadse voetbalgemeenschap. Daar kwam nog een hoofdstukje 'buurtverraad' bij, want ook Jan Bolhuis werd het niet in dank afgenomen in het Oosterpark dat hij Be Quick verkoos boven Oosterparkers, dat dat jaar het profvoetbal voor gezien hield. Daar kon de goegemeente buiten de klassieke volksbuurt nog wel enig begrip voor opbrengen. Voetballen als semiprof was al met al best een aardige bijverdienste voor bakker Bolhuis.

Het glorieuze kampioenschap van de tweede divisie B in 1960 kreeg echter niet het gewenste effect. De tweede stap zetten, promotie naar de eredivisie en weer de beste club van de stad worden, draaide uit op een flop. Ergo, Be Quick degradeerde zelfs twee jaar later al weer, mede door een rigoureuze saneringsgolf van KNVB-zijde. Van twee eerste divisies ging het naar één. Be Quick haalde de cut (een plaats bij eerste acht) voor de eerste divisie niet en dat bleek uiteindelijk de finale doodsteek voor de roemruchte Esserbergclub. In 1964 viel het doek definitief.

Johan de Wolf en ook die andere aankopen van Jan Marrink hadden hun heil toen al elders gezocht. De veelbelovende keeper zette het voetbal op een laag pitje en vond emplooi bij het installatie- annex loodgietersbedrijf van oom Frans. Daar werd hij eind jaren zelfs eigenaar van. De familiewonden waren geheeld.  

Fotobijschrift:

Johan de Wolf (tweede van rechts) poseert in 1959 met andere aanwinsten van Be Quick voor het Esserbergstadion. Rechts van hem Henk Duitsch en links naast hem Jan Bolhuis (beiden afkomstig van Oosterparkers). Geheel links Simon Zoetebier, afkomstig van KHC Kampen.